Eigenschap:Beschrijving

Kennismodel
:
Type eigenschap
:
Tekst
Geldige waarden
:
Meerdere waarden toegestaan
:
Nee
Weergave op formulieren
:
Tekstvak
Initiële waarde
:
Verplicht veld
:
Nee
Toelichting op formulier
:
Subeigenschap van
:
Geïmporteerd uit
:
Formatteerfunctie externe URI
:

Klik op de button om een nieuwe eigenschap te maken:


Showing 62 pages using this property.
I
Vanaf versie 1.3 (2006) is deze standaard volledig in lijn gebracht met [[IEEE LOM]]  +
QTI staat voor ''question and test interoperability'' en maakt het mogelijk om test-items en toetsen tussen verschillende toetssystemen en leeromgevingen te delen.  +
The Reusable Definition of Competency or Educational Objective (RDCEO) specification provides a means to create common understandings of competencies that appear as part of a learning or career plan, as learning pre-requisites, or as learning outcomes. The information model in this specification can be used to exchange these definitions between learning systems, human resource systems, learning content, competency or skills repositories, and other relevant systems. RDCEO provides unique references to descriptions of competencies or objectives for inclusion in other information models.  +
The IMS Simple Sequencing Specification defines a method for representing the intended behavior of an authored learning experience such that any learning technology system (LTS) can sequence discrete learning activities in a consistent way. The specification defines the required behaviors and functionality that conforming systems must implement. It incorporates rules that describe the branching or flow of instruction through content according to the outcomes of a learner's interactions with content.  +
The Thin CC profile is a greatly reduced subset of the Full Common Cartridge Specification versions v1.2 and v1.3 and as such is simpler for developers to implement.  +
The IMS Vocabulary Definition Exchange (VDEX) specification defines a grammar for the exchange of value lists of various classes: collections often denoted "vocabulary". Specifically, VDEX defines a grammar for the exchange of simple machine-readable lists of values, or terms, together with information that may aid a human being in understanding the meaning or applicability of the various terms. VDEX may be used to express valid data for use in instances of [[IEEE LOM]], [[IMS Meta-data]], [[IMS LIP|IMS Learner Information Package]] and [[SCORM|ADL SCORM]], etc, for example. In these cases, the terms are often not human language words or phrases but more abstract tokens. VDEX can also express strictly hierarchical schemes in a compact manner while allowing for more loose networks of relationship to be expressed if required.  +
The IMS ePortfolio specification was created to make ePortfolios interoperable across different systems and institutions. The ePortfolio specification: * Supports the advancement of lifelong learning important to many government initiatives. * Makes exchanging portfolios from school to work transitions easier. * Allows educators and institutions to better track competencies. * Enhances the learning experience and improves employee development.  +
Het kenmerk van Role Based Access Control (RBAC) is dat individuen rechten krijgen door een vorm van groepslidmaatschap, op basis van de rol die ze hebben binnen een organisatie of bedrijfsproces. Het NIST RBAC-model is een standaard voor rolebased access control. Het is ontwikkeld door NIST (National Institute of Standards and Technology) en wordt nu beheerd door de International Committee for Information Technology Standards (INCITS)  +
Internet Protocol versie 6 (IPv6) maakt communicatie van data tussen ICT-systemen binnen een netwerk, zoals internet, mogelijk. De standaard bepaalt dat ieder ICT-systeem binnen het netwerk een uniek nummer (IP-adres) heeft. De belangrijkste motivatie voor de ontwikkeling van IPv6 was het vergroten van de hoeveelheid beschikbare adressen ten opzichte van de tegenwoordig gangbare voorganger IPv4. Let op: Om interoperabiliteit maximaal te waarborgen heeft College Standaardisatie 'pas toe of leg uit' van toepassing verklaard op de combinatie van IPv4 en IPv6. Een organisatie moet dus beide versies vragen bij de aanschaf van een ICT-product/-dienst.  +
ISNI is het ISO-gecertificeerde wereldwijde standaardnummer voor het identificeren van miljoenen auteurs, artiesten en andere personen die bijdragen leveren aan creatieve werken en die actief zijn in de distributie daarvan, waaronder onderzoekers, uitvinders, schrijvers, kunstenaars, producenten, uitgevers, en nog veel meer.  +
The Interactive WhiteBoard/Common File Format (IWB/CFF) specification defines a file format to hold content primarily designed to be viewed on a large display. Much of this content will be designed to be interactive, so objects can move around the page. The primary goal of this format is to establish a format that can be opened, edited, saved and used across many whiteboard applications so that teaching content can be exchanged between establishments. To this goal the format must be simple but extendible in a restricted way to ensure compatibility.  +
J
De standaard biedt een eenduidige manier van verwijzen naar (onderdelen van) decentrale regelgeving waarmee de interoperabiliteit van juridische documenten en systemen die veel verwijzingen kennen naar decentrale regelgeving wordt bevorderd.  +
M
The MARC formats are standards for the representation and communication of bibliographic and related information in machine-readable form.  +
The METS schema is a standard for encoding descriptive, administrative, and structural metadata regarding objects within a digital library.  +
Afspraken over het gebruik van standaarden zijn nodig om de kennisketen in het hoger onderwijs te laten functioneren. Deze keten zorgt ervoor dat wetenschappelijke publicaties en vakliteratuur verzameld worden, toegankelijk worden en verder verspreid worden. Eenduidigheid is noodzakelijk wanneer de beschrijvende informatie uitgewisseld moet worden van het ene systeem naar het andere, in het bijzonder van repositories (faciliteiten voor het opslaan en beheren van digitale informatie in een via het internet toegankelijke vorm) naar diensten als de HBO Kennisbank en NARCIS, de portal met informatie over wetenschappers en hun werk.  +
Om leermateriaal op een eenvoudige manier vindbaar te maken is een heldere en eenduidige beschrijving van de leermaterialen cruciaal. Aan de inhoud (content) van elke digitale informatiebron moet een beschrijving worden toegevoegd. Wat voor informatie betreft het? Welk type bestand? Wie is de auteur? Voor wie is de informatie bedoeld? In deze metadata moet alle informatie staan die de docent nodig heeft om het juiste leerarrangement te kunnen vinden en gebruiken. De afspraak 'Opvragen van metadata' gaat met name over de structuur van de dialoog tussen de zoekmodule en de repository die de metadata aanbiedt (een repository is een faciliteit voor het opslaan en beheren van digitale informatie in een via het internet toegankelijke vorm). Deze afspraak is gebaseerd op het protocol 'SRU/SRW'. Dit protocol voorziet in een raamwerk voor de uitwisseling van gegevens op basis waarvan op metadata kan worden gezocht.  +
Om digitale repositories - zoals CRIS en (non-)open access repositories - met elkaar samen te laten werken, is de toepassing van metadata-gebaseerde interacties gebruikelijk. In de publicatie ''Investigative Study of Standards for Digital Repositories and Related Services'' (Foulonneau en André, 2008) worden verschillende standaarden uit het domein van digitale repositories en interoperabiliteit besproken en met elkaar in verband gebracht.  +
N
De NEN-ISO/IEC 27001 standaard bevat eisen waar het managementsysteem voor informatiebeveiliging aan dient te voldoen. De standaard werkt uniformerend ten aanzien van het informatiebeveiligingsbeleid voor informatiebeveiliging. Dit zorgt voor duidelijkheid in de relatie tussen (overheids-)opdrachtgever en leveranciers van ICT-producten en -diensten. Met de standaarden kunnen leveranciers aantonen dat zij aan de vereiste informatiebeveiligingsnormen voldoen. Bij certificering wordt ook tegen deze norm geaudit. De diverse Baselines Informatiebeveiliging (BIG, BIR, IBI, BIWA) binnen de nederlandse overheid zijn afgeleid van de 27001 en 27002 normen.  +
De NEN-ISO/IEC 27002 standaard is een “best practice” van beveiligingsmaatregelen (‘controls’) om informatiebeveiligingsrisico’s aan te pakken met betrekking tot vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van de informatievoorziening. De standaard kan gezien worden als een nadere specificatie van de NEN-ISO/IEC 27001. ISO 27002 'Code voor informatiebeveiliging' geeft richtlijnen en principes voor het initiëren, het implementeren, het onderhouden en het verbeteren van informatiebeveiliging binnen een organisatie. ISO 27002 kan dienen als een praktische richtlijn voor het ontwerpen van veiligheidsstandaarden binnen een organisatie en effectieve methoden voor het bereiken van deze veiligheid. De Nederlandse overheid heeft haar eigen kaders (baselines informatiebeveiliging) afgeleid van de 27001 en 27002 normen.  +
NL CERIF is een Nederlands toepassingsprofiel van de Europese [[CERIF]] standaard.  +
In deze afspraak staat beschreven welke metadata toegekend moeten worden aan educatieve content om de vindbaarheid en vergelijkbaarheid te vergroten. Metadata beschrijven de kenmerken van leerobjecten. Deze afspraak is gemaakt voor de sectoren primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs.  +
NLQTI is het Nederlandse profiel van de internationale standaard [[IMS QTI|IMS-QTI]]. QTI staat voor ''question and test interoperability'' en maakt het mogelijk om test-items en toetsen tussen verschillende toetssystemen en leeromgevingen te delen. Dit toepassingsprofiel vormt een inperking van de IMS QTI 2.1 afspraak waarbij aanvullende regels opgesteld zijn. Een voorbeeld van de beperkende afspraken is dat in NL QTI mag slechts één interactiesoort per vraag worden gebruikt. Ook zijn de adaptieve opties van QTI uit NL QTI verwijderd.  +
O
OAI-PMH is een standaard voor harvesting van metadata uit repositories. Met metadata worden kenmerken van en extra opgeslagen informatie over een document of ander object bedoeld. Te denken valt aan auteursgegevens, titel, uitgever, taal, etc. Een repository is een bibliotheek met documenten/objecten (ook wel ‘content’ genoemd), bijvoorbeeld een (digitaal) archief. OAI-PMH maakt het mogelijk om deze metadata (dus niet de documenten/objecten zelf) uit verschillende repositories te verzamelen. Vanuit een centraal systeem kan dan gezocht worden naar documenten/objecten in de verschillende aangesloten repositories.  +
Een open protocol om op een eenvoudige en standaard wijze veilige autorisatie te ondersteunen vanaf web, mobiel en desktopapplicaties.  +
Standaard voor office-documenten  +
Open Data Protocol (OData) is een open protocol voor het ontwikkelen en de integratie van REST API's. Via deze API wordt data in databases, content management systemen en websites ontsloten voor applicaties van derden. REST is een architectuurstandaard waarbij client en server van elkaar gescheiden worden. Een systeem wordt beter schaalbaar, omdat het opgebouwd is uit losse elementen die met elkaar communiceren via HTTP en JSON.  +
ORCID biedt een persistente digitale identifier voor onderzoekers  +
OWMS is een semantische standaard voor metadata, de eigenschappen om informatieobjecten mee te beschrijven. Het voorschrijven van een semantische standaard voor metadata verhoogt de vindbaarheid en de samenhang van informatie die door overheidsorganisaties wordt aangeboden op internet.  +
The OneRoster™ standard is a subset of the Learning Information Services standard that focuses on the school’s needs to exchange roster information and grades. The standard includes both SOAP and REST-based bindings to make it quicker and easier to implement the exchange of information about people, membership, courses and outcomes. In addition to the standard, OneRoster™ includes a format for CSV files that are typically exchanged between the school and the vendor to populate the roster information needed to gain access to learning tools, portals and learning environments.  +
SURFnet werkt samen met hogeronderwijsinstellingen aan een standaard API: Open Onderwijs API. Een API is een set aan definities waarmee softwareprogramma’s onderling kunnen communiceren. Het dient als een interface tussen verschillende softwareapplicaties. Via deze API stellen onderwijsinstellingen handige informatie beschikbaar: van cijfers tot studiepunten, van roosters tot vrije werkplekken. Ontwikkelaars integreren deze data vervolgens in nieuwe applicaties. Algemene informatie is te vinden op: https://openonderwijsapi.nl/  +
P
PDF v1.7 specificeert een bestandsformaat voor het weergeven van elektronische documenten. Het uitgangspunt van de standaard is dat het gebruikers mogelijk wordt gemaakt documenten uit te wisselen en te bekijken, zowel onafhankelijk van de omgeving waarin ze zijn gecreëerd, alsook de omgeving waarin ze worden uitgeprint of bekeken. Elk PDF v1.7 document bevat een complete beschrijving van een document, inclusief tekst, font objects (embedded of met typeface beschrijving), afbeeldingen, audio, video, en 2D/3D graphics.  +
Dit deel van ISO 19005 specificeert hoe Portable Document Format (PDF) 1.4 voor lange termijn archivering van elektronische documenten dient te worden gebruikt. Het heeft betrekking op documenten die combinaties van data in de vorm van karakters, rasters en vectoren.  +
PDF/A-2 slaat de brug tussen PDF/A-1 en PDF 1.7 waarbij PDF/A-2 een betere geschiktheid heeft voor langdurig archiveren van documenten waar “elementen” inzitten die niet door PDF/A-1 worden ondersteund en waarbij PDF 1.7 kan worden gebruikt voor “elementen” die niet door PDF/A-2 ondersteund worden  +
R
The Resource List Interoperability (RLI) specification details how structured meta-data can be exchanged between systems that store and expose resources for the purpose of creating resource lists and those that gather and organize those Resource Lists for educational or training purposes. A typical example of such a resource list is a reading list.  +
De ResourceSync-specificatie beschrijft een synchronisatieraamwerk voor het web, bestaande uit verschillende mogelijkheden waarmee systemen van derden gesynchroniseerd kunnen blijven met een evoluerende resources op een server.  +
S
De Security Assertion Markup Language (SAML), is een XML-gebaseerd raamwerk voor het communiceren van gebruikers authenticatie, rechten, en attribuut informatie. SAML biedt organisatie entiteiten de mogelijkheid om claims te maken over de identiteit, attributen en rechten van een subject (een entiteit welke vaak een menselijke gebruiker is) aan andere entiteiten zoals Internet applicaties of diensten.  +
Om digitaal lesmateriaal goed te kunnen gebruiken, is het belangrijk dat het kan worden afgespeeld en dat gegevens uitgewisseld kunnen worden. SCORM is een verzameling afspraken die hierop gericht is. Het uitgangspunt van SCORM was dat online leren - voorgeprogrammeerd in een speciale afspeelomgeving van het leermateriaal - via een webbrowser plaatsvindt. Maar online leren vindt inmiddels plaats op allerlei verschillende (mobiele) apparaten die onderling via internet zijn verbonden.  +
De SETU-standaard is de Nederlandse implementatie van de internationale HR-XML standaard en is ontwikkeld door de grote uitzendorganisaties. Door toepassing van de SETU standaard ontstaat uniformering van het elektronisch berichtenverkeer tussen aanbieders en afnemers (inleners) van tijdelijk personeel (flexibele arbeid). Dit leidt tot vereenvoudiging van het inhuurproces.  +
Uitwisselen kwaliteitsgegevens van de bodem, inclusief geografische en administratieve gegevens.  +
Met SIKB0102 kunnen overheden en bedrijven gestandaardiseerde archeologische informatie uitwisselen. Dankzij het gebruik van de SIKB0102-uitwisselingsstandaard zijn archeologische onderzoeksgegevens voor iedereen online beschikbaar. Deze gegevens zijn transparant opgezet en beschreven, wat ten goede komt aan het vertrouwen in de kwaliteit van de beschikbare digitale documentaties. Het koppelen van verschillende datasets - bijvoorbeeld in het kader van een synthetiserend onderzoek - wordt vereenvoudigd. Hierdoor kan er met minder inspanning meer kenniswinst worden geboekt. Bedrijfsprocessen lopen efficiënter in een digitaal traject dan in een analoog traject.  +
SKOS is een uitwisselbaar gegevensmodel voor het delen en linken van systemen voor kennisrepresentatie via het Web. Veel systemen voor kennisrepresentatie zijn gegrondvest op eenzelfde conceptueel kader. Voorbeelden zijn thesauri, taxonomieën, begrippenwoordenboeken, classificatieschema’s en systemen voor trefwoordtoekenning. Ze worden vaak gebruikt in vergelijkbare applicaties. SKOS maakt de overeenkomstige structuurelementen expliciet volgens een generieke standaard. Doordat SKOS voortbouwt op de standaarden RDF, RDFS en OWL (zie hierboven) zijn de kennisrepresentaties bruikbaar voor computerprogramma’s (“machine readable”) en kunnen deze uitgewisseld worden tussen applicaties en gepubliceerd worden op het Web.  +
SPF controleert of de mailserver die een e-mail wil versturen namens het e-maildomein deze e-mail mag verzenden. SPF specificeert een technische methode om afzenderadres-vervalsing detecteerbaar te maken. SPF biedt de mogelijkheid te controleren of een bericht aangeleverd wordt vanaf een server die daartoe gerechtigd is. Dit doet SPF door de authenticiteit van de domeinnaam in het afzenderadres van de ontvangen mail herleidbaar te maken via de in DNS gepubliceerde IP-adressen van de verzendende mailserver(s). Indien een mailserver niet in de lijst met gepubliceerde IP-adressen staat (de zogeheten SPF-records) maar toch mail verstuurt met het betreffende domein als afzender, dan wordt de mail als niet geauthenticeerd beschouwd.  +
SRU- Search/Retrieve via URL - is a standard XML-based protocol for search queries, utilizing CQL - Contextual Query Language - a standard syntax for representing queries. SRW is a variation of SRU. Messages are conveyed from client to server, not by a URL, but instead using XML over HTTP via the W3C recommendation SOAP, which specifies how to wrap an XML message within an XML envelope. The SRW specification tries to adhere to the Web Services Interoperability recommendations.  +
STARTTLS in combinatie met DANE gaan het afluisteren of manipuleren van mailverkeer tegen. STARTTLS maakt het mogelijk om transportverbindingen tussen e-mailservers op basis van certificaten met TLS te beveiligen. Met de complementaire standaard DANE kunnen e-mailservers het gebruik van TLS bovendien afdwingen.  +
Container en Pasmanagement voor Afval en Grondstoffen  +
Afspraken over het gebruik van standaarden zijn nodig om de kennisketen in het hoger onderwijs te laten functioneren. Deze keten zorgt ervoor dat wetenschappelijke publicaties en vakliteratuur verzameld worden, toegankelijk worden en verder verspreid worden. Eenduidigheid is noodzakelijk wanneer de beschrijvende informatie uitgewisseld moet worden van het ene systeem naar het andere, in het bijzonder van repositories (faciliteiten voor het opslaan en beheren van digitale informatie in een via het internet toegankelijke vorm) naar diensten als de HBO Kennisbank en NARCIS, de portal met informatie over wetenschappers en hun werk. De afspraak Semantics zorgt voor labels voor concepten in de afspraken [[DIDL]] en [[MODS]], om variaties in schrijfwijzen te voorkomen.  +
Het Semanitische factuurmodel is een standaard voor electronisch factureren. De standaard beschrijft welke gegevenselementen er in een elektronische factuur opgenomen dienen en kunnen worden, wat de samenhang is tussen deze elementen en wat de betekenis is van deze elementen. Daarnaast bevat de standaard mappings van de gegevenselementen naar SETU (staat op de 'pas toe of leg uit' –lijst) en de internationale UBL standaard. Dit zijn twee veelgebruikte standaarden voor elektronisch factureren. Dankzij de mappings kunnen gebruikers van deze standaarden op een eenvoudige uniforme wijze elektronisch naar de overheid factureren. Mappings naar andere standaarden zijn bovendien ook mogelijk. De opname van het semantische factuurmodel geeft duidelijkheid aan overheden en bedrijven (gebruikers en ICT-aanbieders) over de elementen die op facturen naar overheidsorganisaties gebruikt dienen te worden (specifiek voor de Nederlandse situatie).  +
The Shareable State Persistence specification describes an extension to e-learning runtime systems (e.g., [[SCORM]]) that enables the storage of and shared access to state information between content objects. There is currently no prescribed method for a content object to store (arbitrarily complex) state information in the runtime system that can later be retrieved by itself or by another content object. This capability is crucial to the persistence of the sometimes complex state information that is generated by a variety of interactive content (e.g., simulations) and that is currently stored and retrieved in proprietary formats and through proprietary methods.  +
StUF is een universele berichtenstandaard voor het elektronisch uitwisselen van gegevens tussen applicaties. Het domein van de StUF-taal omvat informatieketens tussen overheidsorganisaties (basisregistraties en landelijke voorzieningen) en gemeentebrede informatieketens en -functionaliteit. StUF is beschreven in XML en gebaseerd op geaccepteerde internetstandaarden.  +
T
TLS is een protocol, dat tot doel heeft om beveiligde verbindingen op de transportlaag over het internet te verzorgen. De standaard wordt gebruikt bovenop standaard internet transport protocollen (TCP/IP) en biedt een beveiligde basis, waar applicatie protocollen als HTTP (webverkeer) of SMTP en IMAP (mailuitwisseling) op hun beurt weer op kunnen bouwen en gebruik van kunnen maken. TLS maakt gebruik van certificaten om zekerheid te bieden over de identiteit van beide communicerende partijen voordat communicatie plaatsvindt. Ook wordt met behulp van (het sleutelpaar van) de certificaten op betrouwbare wijze de encryptiesleutel uitgewisseld, die de standaard vervolgens gebruikt om met behulp van encryptietechniek beveiligde communicatie tussen partijen mogelijk te maken.  +
U
User-Managed Access (UMA) is een Oauth-gebaseerd protocol, dat ontwikkeld is om de gebruiker een eenduidig punt te geven waar hij kan bepalen wie of wat toegang kan krijgen tot zijn online persoonlijke data (zoals identiteit attributen), content (denk aan foto's) en diensten (statusupdates).  +
De unieke persistente identifier maakt het mogelijk voor systemen om informatie uit verschillende bronnen over hetzelfde leermiddel duurzaam te kunnen samenbrengen of uit elkaar halen. De unieke persistente identifier maakt het mogelijk om naar digitale objecten te verwijzen, onafhankelijk van de opslaglocatie van deze objecten. Dat maakt het mogelijk deze locatie te wijzigen zonder dat er veranderingen moeten worden doorgevoerd in alle links, die naar betreffende het object verwijzen.  +
Een unieke persistente identifier maakt het mogelijk voor systemen om informatie uit verschillende bronnen over hetzelfde leermiddel duurzaam te kunnen samenbrengen of uit elkaar halen. De persistente identifier die gebruikt wordt voor onderzoeksmateriaal en -metadata is de Uniform Resource Name. URN's verwijzen niet naar een fysieke plaats van een bestand op een server, maar naar een naam. Het National Bibliographic Number [NBN] is een persistent identifier die dit mogelijk maakt. Specifiek voor URN:NBN:NL:UI ligt de nadruk op het identificeren van duurzaam toegankelijke onderzoeksresultaten in de vorm van publicaties en datasets.  +
Door het gebruik van UWLR kunnen leerresultaten geautomatiseerd worden overgezet van bijvoorbeeld de methodewebsite naar het leerlingvolgsysteem (LVS) of leerlingadministratiesysteem (LAS). Dat scheelt docenten veel tijd, en bovendien voorkomt het fouten bij het overtypen van gegevens. Het overzicht in het LAS zal meer up-to-date zijn. Het voordeel van UWLR voor onderwijsinstellingen is dat zij de resultaten makkelijker en dus vaker kunnen verwerken. Ze hoeven geen gegevens te printen en over te typen. Bijkomend voordeel is dat de automatische gegevensuitwisseling een kleinere kans op typefouten met zich meebrengt. Voordeel voor marktpartijen is dat ze minder koppelingen voor de uitwisseling van leerlinggegevens en leerresultaten hoeven te ontwikkelen en onderhouden.  +
V
VISI is een open standaard, die zich richt op digitale communicatie tussen partijen in een bouwproject. Met behulp van VISI wordt bepaald wanneer (proces), wie (rol), wat (informatie), aan wie (rol) aanlevert. Hierbij kan gedacht worden aan het geven van opdrachten, het aanleveren van tijdschema’s, het opleveren van resultaten en het melden van afwijkingen. Het doel van VISI is om de transparantie en traceerbaarheid van het bouwproces te vergroten en hiermee de kwaliteit en efficiency te verhogen en de doorlooptijd te verkorten. Uiteindelijk draagt dit bij aan de kosten- en procesbeheersing van bouwprojecten. Huidige gebruikers bevinden zich ook buiten de publieke sector, bijvoorbeeld (internationale) bouwgroepen die als opdrachtnemer ingehuurd worden door overheden.  +
VOOT staat voor Virtual Organisation Orthogonal Technology. Dit protocol zorgt voor de koppeling van een externe groupprovider met SURFconext en de uitwisseling van groepsinformatie, zoals de groepen waar een gebruiker lid van is en leden van de groep. Een externe groupprovider wordt geleverd door een hogeronderwijsinstelling, die groepen zelf definieert en beheert. Na koppeling kan de groepsinformatie via SURFconext worden hergebruikt binnen gekoppelde cloudapplicaties.  +
SURF maakt deel uit van de Veilige E-mail Coalitie. [[Bestand:Infographic_Start_TLS_en_Dane.jpg|thumb|link=Infographic veilige e-mail|Infographic veilige e-mail]] E-mail wordt aanmerkelijk veiliger door invoering van de gestandaardiseerde echtheidskenmerken DMARC+DKIM+SPF (bij verzending) en de controle daarop (bij ontvangst). De standaarden STARTTLS+DNSSEC+DANE zorgen voor versleuteling van de communicatie tussen de e-mailsystemen van providers, waardoor e-mail niet zomaar kan worden afgeluisterd. Het is noodzakelijk deze up-to-date standaarden voor e-mailbeveiliging breed in te voeren, want het werkt alleen als alle betrokken partijen deze standaarden doorvoeren. Denk aan leveranciers van e-mailsystemen, e-mailproviders en organisaties die zelf veel mailen. SURFnet ondersteunt in [https://www.surf.nl/diensten-en-producten/surfmailfilter/index.html SURFmailfilter] voor inkomende e-mail STARTTLS, SPF, DKIM en DMARC. Voor uitgaande mail wordt standaard STARTTLS gebruikt.  +
W
Het WDO Datamodel is in 1997 opgezet vanuit de G7 naar aanleiding van de wens van het bedrijfsleven om gegevensaanlevering van het bedrijfsleven naar de overheid op het gebied van grensoverschrijdend personen- en goederenverkeer meer te simplificeren en te harmoniseren. Aangevers worden op dit moment geconfronteerd met het feit dat men dezelfde gegevens vaak meerdere keren moet aanleveren, op verschillende manieren, aan verschillende overheidsinstanties en in verschillende landen. Het WDO Datamodel bevat zogenaamde ‘informatiepakketten’ voor gegevensuitwisseling. Een informatiepakket beschrijft de semantiek van de uitgewisselde informatie: gegevens- en procesmodellen en hiervan afgeleide berichtspecificaties (Message Implementation Guidelines). Informatiepakketten kunnen aan elkaar gerelateerd worden, waardoor samenhang ontstaat. Het WDO Datamodel integreert op deze manier de semantiek voor verschillende toepassingsdomeinen. Hierbij gaat het niet alleen om de Douane, maar ook om tal van andere overheidsinstellingen die betrokken zijn bij grensoverschrijdend verkeer (Voedsel en Waren Autoriteit, Havenautoriteiten etc.).  +
WPA2 Enterprise maakt het mogelijk dat gebruikers automatisch en veilig toegang krijgen tot aangesloten WiFi-netwerken via authenticatie op basis van bestaande identiteitsgegevens. Diensten zoals Govroam, Rijk2Air en Eduroam maken al gebruik van WPA2 Enterprise, en bieden WiFi-toegang met een hoog beveiligingsniveau zonder dat de gebruiker extra handelingen hoeft te verrichten.  +
De Webrichtlijnen bevatten richtlijnen en principes voor het toegankelijk maken van webcontent die onder uiteenlopende situaties te gebruiken moet zijn, uitwisselbaar en duurzaam is. Het volgen van deze richtlijnen en principes maakt content optimaal bruikbaar en toegankelijk voor mensen en systemen, waaronder gebruikers van uiteenlopende webapparaten, besturingssystemen en hulptechnologieën. De Webrichtlijnen versie 2 biedt een technologieonafhankelijke standaard die toepassing van verschillende technologieën toestaat en die is voorbereid op toekomstige technologieën.  +
X
Voor het verzamelen van acurate data voor learning analytics is het noodzakelijk diverse bronnen aan te sluiten op een Learning Record Store. Dit kunnen alle mogelijke systemen zijn, waaronder de in de HORA beschreven systemen voor digitaal leren en werken, zoals LMS en SIS, maar ook het webcontentmanagementsysteem, videomanagementsysteem, learningcontentsysteem, etc. waar gebruikers gebruik van maken. Omdat dit een divers aantal systemen betreft is het zinvol één protocol te gebruiken waarmee deze systemen met het Learning Records Warehouse communiceren. Hiervoor zijn er twee mogelijkheden: de [[xAPI]] en [[Caliper Analytics|Caliper Framework & Sensor API]]. Beide maken het mogelijk de 'activity' van de gebruiker te beschrijven en te communiceren. De twee standaarden hebben veel overeenkomsten en het zou theoretisch mogelijk moeten zijn om bijvoorbeeld data uit de Caliper Sensor API op te slaan in een xAPI warehouse. xAPI is ook bekend onder de naam 'Tin Can API'.  +
Organisaties wisselen bedrijfsinformatie uit op de meest uiteenlopende manieren (op papier of elektronisch, als Word-document, als Pdf, als spreadsheet, etc.). XBRL, eXtensible Business Reporting Language, is een internationale open standaard om deze gegevens op eenvoudige wijze te verzamelen, elektronisch uit te wisselen, te analyseren en zonodig nader te bewerken.  +